Terug naar andere ziekten
Informatie
geschatte leestijd 4 min

Gezondheidsproblemen en behandelingen in het laatste stadium van dementie

In het laatste stadium van dementie komen vaak specifieke gezondheidsproblemen voor, ongeacht het soort dementie waaraan je naaste lijdt. De behandeling is dan vooral gericht op symptoombestrijding en bedoeld om het leven zo dragelijk mogelijk te maken. 

Slikstoornis en eetproblemen

Een van de belangrijkste gevolgen van dementie is een slikstoornis. Je naaste kan dan moeilijk slikken. Dat kan leiden tot eetproblemen. Als je naaste moeite heeft met eten of slikken, zal de arts eerst onderzoeken hoe dat komt. Mogelijk heeft je naaste een mondinfectie of gebitsproblemen, waardoor eten of slikken pijnlijk of vervelend wordt. Zulke problemen zijn vaak te behandelen.

Als je naaste eten niet door wíl slikken, heeft ze misschien gewoon geen honger of smaakt het eten haar niet. Als er inderdaad sprake blijkt te zijn van slikstoornis, kan je naaste bang worden om zich te verslikken. Sommige mensen met dementie zijn in dit stadium niet meer goed in staat om hun mond open te doen. Wanneer eten en drinken moeilijk wordt, krijgt je naaste minder vocht en voeding binnen. Ze valt af en het risico op uitdroging neemt toe. 

Een diëtiste raadde me aan een verdikkingsmiddel in alle warme en koude dranken te doen. Dat helpt. En omdat eten zo langzaam gaat, heb ik een warmhoudbord gekocht. 

Karin (76)

Vloeibaar voedsel of sondevoeding 

Er zijn verschillende manieren om met eetproblemen om te gaan. Je kunt het eten fijnmaken, of het als een verdikte vloeistof geven door het te pureren in de blender of met een staafmixer. Je naaste kan het dan makkelijker doorslikken. De medicatie kun je vermalen en mengen met wat voedsel, of in vloeibare vorm of als zetpil geven. Soms kunnen medicijnen via een injectie worden toegediend.

Naarmate de ziekte vordert, wordt het eten en drinken vaak steeds moeilijker voor je naaste. Je kunt dan overwegen om voeding en vocht toe te laten dienen door een voedingssonde. Of dat een goede oplossing is, hangt af van de conditie van je naaste. Is ze helder en alert? Kan ze nog van kleine dingen genieten? Zijn de eet- of slikproblemen wellicht tijdelijk? Dan kan een voedingssonde uitkomst bieden. In een vergevorderd stadium van dementie is de voedingssonde echter meestal geen goede keuze. Een sonde is ongemakkelijk voor je naaste; mogelijk zal ze proberen die los te trekken. Bovendien vergroot een sonde de kans op een longontsteking.

De voedingssonde was geen succes. Bep bleef maar aan dat slangetje trekken. Ik had de indruk dat het kriebelde. We zijn er al snel mee gestopt.

Anja (57)

Longontsteking 

Een longontsteking komt ook vaak voor in een vergevorderd stadium van dementie en hangt vaak samen met een slikstoornis. Je naaste kan een longontsteking krijgen door het inademen van voedsel, drinken of braaksel. Als ze geen kracht meer heeft om goed te hoesten, zal ademhalen steeds moeilijker gaan. Uiteindelijk kan dan een longontsteking ontstaan. De longontsteking kan vaak wel worden behandeld, maar als je naaste moeite blijft houden met slikken, is de kans op herhaling groot.

Omdat mensen in een gevorderde fase van dementie vaak niet goed van een longontsteking herstellen, schrijven veel artsen geen antibiotica meer voor. In plaats daarvan proberen ze de pijnlijke of vervelende gevolgen van de longontsteking te verlichten. Als een patiënt voedsel of speeksel in zijn luchtwegen krijgt en daardoor benauwd wordt, maakt de verzorging de keelholte en luchtwegen vrij. Het kan ook helpen om zuurstof toe te dienen. Overleg met de arts welke keuze in het belang is van je naaste. 

Mama heeft, na de ernstige longontsteking, ook nog een blaasinfectie gekregen. “Ook dat nog”, zei ze. Dat gaat door merg en been. 

Hanneke (62)

Wel of geen ziekenhuisopname?

Als je naaste vergevorderde dementie heeft, is het ook bij ernstige gezondheidsproblemen lang niet altijd zinvol om haar op te laten nemen in een ziekenhuis. De omgeving is niet aangepast aan haar behoeften en de opname kan haar enorm van streek maken. Het kan dan nodig zijn om kalmerende middelen toe te dienen of je naaste zelfs in haar bewegingsvrijheid te beperken. Mensen met dementie weigeren in het ziekenhuis bovendien vaak te eten of te drinken. Opname is dan ook alleen een verstandige keuze, wanneer duidelijk is dat het de situatie van je naaste écht verbetert. Je behandelend arts kan hierover adviseren. 

Het ziekenhuis bleek totaal niet ingesteld op dementerende patiënten, zodat wij de hele dag bij toerbeurt aan moeders bed moesten blijven om haar gerust te stellen.

Caroline (49)

Wel of niet opereren?

Ouderen met dementie krijgen twee tot drie keer zo vaak te maken met een gebroken heup als ouderen zonder dementie. Normaal gesproken gaat de arts bij zo’n botbreuk over tot een operatie. Maar in een vergevorderd stadium van dementie is opereren vaak geen optie meer. Je naaste heeft onvoldoende kracht voor revalidatie. Bovendien is de kans op complicaties erg groot. In dit stadium stijgt het risico op overlijden binnen een half jaar na de heupoperatie tot vijftig procent.

Overleg met de arts over de beste keuze. Wellicht heeft je naaste haar wensen ten aanzien van medische behandelingen vooraf laten vastleggen. Sommige mensen geven in hun wilsbeschikking aan dat ze altijd de maximale behandeling willen krijgen, terwijl anderen alleen kiezen voor pijnbestrijding. In het laatste geval is een operatie geen optie. Op alzheimer-nederland.nl staat een artikel over de afwegingen voor en tegen een operatie bij mensen met dementie. 

Wel of niet reanimeren bij een hart- of ademstilstand?

Het klinkt misschien hard, maar reanimatie is lang niet altijd zinvol bij mensen met dementie. Verpleeghuizen hebben geen speciale apparatuur om te reanimeren in huis. Daar kan men alleen uitwendige hartmassage en mond-op-mondbeademing toepassen. De kans op succes van dit type reanimatie is erg klein en brengt het risico op ribbreuken met zich mee. Ook in een ziekenhuis brengt reanimatie voor iemand met dementie extra risico’s met zich mee. De hersenen zijn al beschadigd door de ziekte en het risico is groot dat reanimatie de situatie nog verder verslechtert.

Het is verstandig om de vraag om haar wel of niet te reanimeren bij een hart- of ademstilstand met je naaste te bespreken wanneer dat nog kan. Je kunt de beslissing vastleggen in een

non-reanimatieverklaring

 

In een non-reanimatieverklaring leg je vast dat je niet gereanimeerd wilt worden. Dat kan op twee manieren:

  • Met een 'Ja, tenzij'-verklaring. Deze houdt in dat je reanimatie wilt, tenzij je voortbestaan na reanimatie bijvoorbeeld ondraaglijk lijden zou betekenen;
  • Met een 'Nee, tenzij'-verklaring. Die houdt in dat je niet gereanimeerd wilt worden, tenzij er bijvoorbeeld (onvoorziene) recente medische ontwikkelingen zijn die de kans op een hogere kwaliteit van leven mogelijk maken.

Als je een non-reanimatieverklaring hebt, kun je deze voor iedereen zichtbaar dragen in de vorm van een niet-reanimerenpenning.

. Kan je naaste niet meer zelf beslissen, dan zul jij dat moeten doen. Bespreek dit vooraf met de behandeld arts.

 

Gerelateerde artikelen:
0 reacties
Gerelateerde artikelen:

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies