Informatie
geschatte leestijd 4 min

De rol van de huisarts

Na de diagnose is de huisarts voor jou en je naaste met dementie een eerste aanspreekpunt. Voor veel zorg ben je afhankelijk van zijn doorverwijzing. Ook voor de behandeling van klachten die samenhangen met de dementie, ga je eerst naar de huisarts.

Verbindingen leggen

De huisarts van je naaste is meestal een bekend en vertrouwd persoon. Hij kent je naaste en haar situatie vaak al jaren. Je stapt dan gemakkelijk bij hem over de drempel. Regelmatig contact met hem zal je helpen bij het regelen van zorg voor je naaste. Hij legt voor jullie de contacten en weet de weg in het land van alle zorgvoorzieningen. De huisarts is de aangewezen persoon om verbindingen te leggen tussen de verschillende zorgaanbieders. Als een spelverdeler heeft hij de autoriteit om zaken voor elkaar te krijgen. 

Richtlijnen voor huisartsen

Er bestaan voor huisartsen landelijke richtlijnen voor dementie. Iedere huisarts weet hierdoor in principe wat hij moet doen en wat er van hem wordt verwacht. Maar niet iedere huisarts heeft even veel ervaring met dementie. Is dat het geval bij de huisarts van je naaste, dan kan hij doorverwijzen naar professionals als een casemanager, trajectbegeleider, praktijkondersteuner of gespecialiseerd wijkverpleegkundige.

Een handig hulpmiddel om te raadplegen voordat je naar de huisarts gaat, is de Zorgstandaard Dementie. Dit is de standaard die we met elkaar in Nederland hebben afgesproken over waar de zorg voor iemand met dementie aan zou moeten voldoen. 

Wat je van je huisarts mag verwachten, is dat hij een aantal zaken met jou bespreekt en hierin advies geeft. Hij zal dit het liefst doen waar je naaste bij is. Onderwerpen die hij met jullie kan bespreken zijn:

Hij zal informeren naar zaken als:

  • De dagstructuur en de sociale contacten van je naaste;
  • De verantwoordelijkheid voor de financiën, medicatie, eten en vervoer;
  • De behoefte aan huishoudelijke hulp of hulp bij de persoonlijke verzorging;
  • Eventuele aanpassingen in huis;
  • Veiligheidsrisico’s als brandgevaar, agressief- of dwaalgedrag van je naaste;
  • Jouw draagkracht en draaglast als mantelzorger en de risico’s op overbelasting.

De huisarts zal zeker ook met jullie praten over een

zorgbehandelplan

Zorgbehandelplan

Zorgbehandelplan is een plan voor de zorg en behandeling van je naaste. Dat plan komt tot stand in overleg met jou, je naaste, de praktijkondersteuner/casemanager en andere hulpverleners. In het plan staan de doelen die jullie stellen op basis van de diagnose, de thuissituatie, de achtergrond en persoonlijkheid van je naaste, haar leefwijze, behoeftes en mogelijkheden. De doelen gaan over mogelijke behandelingen en zorg, en de monitoring daarvan.

. Hierin noteert hij de gezondheidsproblemen van je naaste met de bijbehorende behandelingen en de monitoring daarvan. Ook het 

ondersteuningsplan

Ondersteuningsplan

Ondersteuningsplan is een plan gericht op de ondersteuning van jou als mantelzorger. Het is in ieders belang dat het goed blijft gaan met jou als belangrijkste mantelzorger van je naaste met dementie. Aandachtspunten in het ondersteuningsplan betreffen jouw draagkracht en wat jij nodig hebt om de toenemende zorg voor je naaste vol te kunnen houden.

 voor jou als mantelzorger is in handen van de huisarts. Hij houdt hierin bij hoe jij geholpen wordt in de zorg voor je naaste.

 

Regelmatig contact met de huisarts

De huisarts of de casemanager zal regelmatig contact opnemen om te horen hoe het gaat. Ook als je denkt dat het niet nodig is, is het goed om deze aandacht te accepteren. Dementie is een ziekte die vaak sluipenderwijs erger wordt. Iemand die iets verder weg staat, verstand van zaken heeft en jullie kent, kan sneller zien wat er is veranderd. Daardoor kan er op tijd worden ingegrepen als jij overbelast dreigt te raken of je naaste neerslachtiger is dan een tijdje geleden. Lees ook de tips om in contact te blijven met de huisarts (pdf).

Onze casemanager komt iedere maand langs. Ze loopt al tien jaar met ons mee en kent mijn moeder door en door. Ze is een steun voor haar, maar ook voor ons.

’ Karima (42)

Plotselinge veranderingen

Aarzel niet om meteen de huisarts te bellen als je naaste ineens dingen ziet, hoort of ruikt die er niet zijn. Ook als haar gedrag verandert in angstig, agressief of somber gedrag is het verstandig meteen de huisarts te bellen. Wacht niet tot het volgende reguliere bezoek.

Bel de huisarts ook als je vermoedt dat je naaste pijn heeft, merkt dat ze haar plas niet op kan houden of denkt dat ze ergens een ontsteking heeft. De klachten kunnen dan snel behandeld worden. Je naaste zal in veel gevallen zelf niet goed kunnen aangeven waarvan ze last heeft. Jij bent dan de persoon die dit het beste ziet en aanvoelt. Twijfel je? Bel dan, de huisarts kan je geruststellen of actie ondernemen. Lees ook het artikel Plotselinge achteruitgang bij dementie’.

Nadenken over later

Het zijn moeilijke onderwerpen, maar vroeg of laat staan jullie voor vragen over de grenzen van behandelen en het levenseinde van je naaste. Bespreek dit soort vragen openlijk samen met je naaste en de huisarts. Leg de afspraken vast in het zorgbehandelplan of in een schriftelijke wilsverklaring. Daarmee voorkomen jullie dat ze behandeld wordt terwijl ze dat niet meer wil.

Hebben jullie vragen over euthanasie, bespreek deze dan ook samen met de huisarts. Laat het onderwerp regelmatig terugkomen omdat het belangrijk is dat je naaste hier steeds over meepraat. Een euthanasieverzoek is alleen geldig als je naaste handelingsbekwaam is. Naarmate de ziekte vordert, zal je naaste langzaam maar zeker wilsonbekwaam worden. Wacht je te lang met een wilsverklaring, dan kan het zijn dat deze niet meer erkend wordt.

Huisarts

Marieke is huisarts en gepromoveerd op diagnostiek naar dementie in de eerstelijn. Zij werkte mee aan de Standaard Dementie van het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Stel je vraag >
0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies