Terug naar communiceren
Informatie
geschatte leestijd 3 min

Het benaderen van iemand met dementie

Als je niet weet of het gedrag van je naaste door dementie komt, dan is het lastig je manier van communiceren op haar af te stemmen. Weet je wel dat dementie de oorzaak is, probeer haar dan zo te benaderen dat zij zich veilig voelt en het gevoel van falen minder kans krijgt.

Hoe je praat is belangrijker dan wat je zegt

Bij de vraag hoe je je naaste met dementie goed benadert, is je houding van groot belang. Contact tussen mensen bestaat voor een belangrijk deel uit met elkaar praten. Maar mensen met dementie kunnen dit steeds minder goed. Daardoor nemen woorden een steeds kleinere plaats in het contact in, en wordt je houding des te belangrijker. Een groot deel van de communicatie met iemand met dementie bestaat uit lichaamstaal of non-verbale communicatie. Je naaste begrijpt je beter als je je woorden ondersteunt met gebaren. Raak haar even aan als je haar aandacht wil trekken en maak een drinkgebaar als je vraagt of ze koffie wil. Dan begrijpt ze vast wat je bedoelt.

Ik werd dan wel eens boos. Ja, ik ben ook maar een mens. Ik begreep gewoon niet dat hij niet snapte dat hij de wc door moest trekken en het licht uit moest doen

Ria (69)

Aansluiten bij de belevingswereld van je naaste

De belevingswereld van je naaste verandert drastisch. Haar ‘eigen leven’ en identiteit vervagen steeds meer. Het is aan jou om bij die veranderingen aan te sluiten. Als je je naaste vaak corrigeert, stimuleert dat haar gevoel te falen en gaat ze zich onzeker of boos voelen. Het heeft geen zin steeds te zeggen dat jullie al koffie hebben gedronken. Drink gewoon nog een kopje koffie of stel iets anders voor. Als jij je naaste in haar waarde laat, zal zij zich veilig en geborgen voelen. Lees meer over het belang van een prettige sfeer in huis.

Ik corrigeer hem zo min mogelijk, maar toen hij zich laatst afvroeg of wij elkaar kenden, moest ik toch echt zeggen dat we getrouwd zijn en samen twee kinderen hebben

Margreet (66)

Omgaan met een veranderende werkelijkheid, kan ik dat?
Alzheimer Nederland

Wat je wel en beter niet kunt doen

Wat je kunt doen in de benadering van je naaste:

  • Beelden zeggen meer dan woorden en beelden van vroeger zijn herkenbaarder dan beelden van nu. Je naaste zal een radio met een retro-look bijvoorbeeld makkelijker als radio herkennen en ook beter kunnen bedienen dan een moderne variant;
  • Het hoofd van je naaste maakt overuren. Gun het rust en doe niet teveel op één dag. Zorg voor een vaste dagindeling met regelmatige rustmomenten;
  • Lichaamsbeweging helpt. Als je naaste wandelen echt niet leuk vindt, kijk dan wat je wel kunt doen. Kunnen jullie samen in de tuin werken of de hond uitlaten?
  • Prikkel de zintuigen. Als je naaste een gedekte tafel ziet en het eten ruikt, zal ze beter begrijpen wat je bedoelt als je zegt: ‘We gaan aan tafel’;
  • Let erop dat je de aandacht van je naaste hebt als je praat. Zorg dat ze je goed kan zien en maak oogcontact. Gebruik korte zinnen. Geef maar één boodschap per zin. Geef je naaste de tijd om jouw tekst te verwerken, ze zal misschien niet direct begrijpen wat je bedoelt;
  • Gebruik humor en doe eens gek, vooral als je daar zelf vrolijk van wordt.


Wat je beter kunt laten:

  • Je naaste steeds corrigeren of tegenspreken; dat confronteert haar met de dingen die ze niet meer weet of kan en geeft haar het gevoel te falen;
  • Met een harde stem of heel snel praten. Fluisteren is ook niet fijn, dat maakt haar achterdochtig;
  • Je naaste testen door vragen te stellen of door haar bijvoorbeeld de namen van de kinderen en de kleinkinderen op te laten noemen;
  • Je vrolijker voordoen dan je bent. Jouw humeur heeft invloed op je naaste, maar ze zal het niet begrijpen wanneer je vrolijk doet, maar het niet bent. Gebruik je humeur ook als graadmeter om stil te staan bij hoe je het zelf maakt. Trek op tijd aan de bel als je voelt dat je je groot probeert te houden;
  • Overvragen. Probeer te achterhalen wat je nog wel en wat je niet meer van je naaste mag verwachten.

In het onderstaande online seminar krijg je nog meer tips van een mantelzorger en een zorgconsulent.

Online seminar: Omgaan met dementie
CZ Zorgverzekeraar
Casemanager dementie

Gerben is een onafhankelijke en vaste begeleider voor mensen met dementie én hun naasten. Hij richt zich op de best mogelijke situatie thuis, voor iedereen.
 

Stel mij een vraag > Bekijk mijn profiel >
2 reacties
Tonen: Nieuwste reacties
Jouw laatste reactie op dit artikel
H

Hans

Mantelzorger voor partner

TOCH?

Weet je eigenlijk wel hoe vaak je dat woordje op een dag gebruikt?
‘Dat heb ik net TOCH al verteld!?
Het is vandaag TOCH geen zondag, maar vrijdag.
We zouden naar de winkel gaan… Dat weet je TOCH?’
‘TOCH’ is een stiekem, venijnig woordje. Op het eerste gehoor lijkt het een onschuldig tussenvoegsel. Maar schijn bedriegt. Want de gebruiker wijst de aangesprokene terecht. ‘We zouden dít, maar nu beweer je dát? Dát heb ik TOCH niet gezegd?’ ‘TOCH’ geeft een tegenstelling aan en het floept iedere keer uit je mond wanneer je versteld staat dat de ander zo iets onzinnigs kan beweren. Jij hebt immers TOCH gelijk? Gelijk had ook Galileo over de aarde toen hij na zijn vonnis beweerde: ‘En tóch beweegt zij’. Pas veel later kreeg hij zijn gelijk.
Met ‘TOCH’ scoor je gemakkelijk, al te gemakkelijk. De ander met het haperend brein wordt zo keer op keer tot de orde geroepen, terwijl jij weer eens je ongeduldige gemoed moest luchten.
Kan het anders? Ja, door je ergernis binnen te houden, en vooral geen ‘TOCH’ te zeggen. En dus nóg weer een keer rustig hetzelfde zeggen. Eenvoudig eigenlijk. En tóch blijf ik dat moeilijk vinden. Bijt dan liever dat puntje van je tong af. En bedenk: ‘En TOCH hou ik van je’.

6 juni 2016
Jouw laatste reactie op dit artikel
R

Redactie dementie.nl

Beste Hans, dank voor je mooie en waardevolle (en TOCH ook menselijke) reactie. Groeten Rob

6 juni 2016

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies