Informatie
geschatte leestijd 7 min

Checklist: weet wat je wanneer moet regelen bij dementie

Als je naaste de diagnose dementie krijgt, komt er veel op je af. Niet alleen emotioneel, maar ook alle zaken die je moet regelen. Daar kun je je op voorbereiden.

Weet wat je wanneer moet regelen en waar je recht op hebt. Hieronder zetten we het per fase van de dementie (begin, midden en later) voor je op rij. Hoewel het voor iedereen anders is en anders verloopt, heb je aan deze lijst wel wat houvast.

Begin: na de diagnose

Vlak na de diagnose hebben mensen vaak veel vragen. Wat betekent dementie? Wat gaat er veranderen? Welke hulp is er?

 

1. Regel een casemanager

Regel een casemanager

Mensen met dementie hebben recht op casemanagement dementie. Een casemanager biedt ondersteuning aan mensen met dementie en mantelzorgers. De casemanager helpt bij regelzaken en weet welke zorg en hulp er in de buurt te krijgen is voor mensen met dementie. Vraag aan je huisarts, de wijkverpleegkundige of de zorgverzekeraar van je naaste welke organisatie casemanagement regelt.

 

 

2. Deel de diagnose met je omgeving

Deel de diagnose met je omgeving

Hoe lastig het misschien ook is, deel de diagnose met de omgeving. Dementie is een ziekte die je overkomt. Niemand kan er iets aan doen en jullie hoeven je nergens voor te schamen. Als je familie, vrienden en buren vertelt wat er aan de hand is, voorkom je misverstanden. En met wat geluk bieden ze meteen aan om te helpen. Maak daar vooral gebruik van.

 

 

3. Stoppen met autorijden

Stoppen met autorijden

Na de diagnose dementie mag je naaste niet meer autorijden. Officieel ben je namelijk niet meer verzekerd als je een aanrijding veroorzaakt en dementie hebt. Alleen als je naaste slaagt voor een speciale rijtest van het CBR, mag ze blijven rijden. Deze test moet je zelf aanvragen.

 

 

4. Bespreek de toekomst, maak een levenstestament

Bespreek de toekomst en stel een levenstestament op

Als je naaste net de diagnose dementie heeft gekregen, wil ze misschien niet meteen nadenken over de toekomst. Toch is het belangrijk om dat wel te doen. Door de wensen te bespreken, kan ze zelf de regie houden. Bijvoorbeeld over wie de financiële zaken mag regelen als ze dat zelf niet meer kan. Of wie medische beslissingen mag nemen. Leg deze zaken vast in volmachten of in een levenstestament.

 

 

5. Behandeling van dementie

Er zijn helaas geen medicijnen om dementie te genezen. Er zijn wel een aantal medicijnen die het ziekteproces iets kunnen vertragen of de verschijnselen kunnen verlichten. Deze medicijnen zijn effectief voor een kleine groep mensen en hebben vaak bijwerkingen. Overleg altijd goed met de huisarts of geriater of de medicijnen jouw naaste kunnen helpen. Lees meer over medicijnen bij dementie.

Er zijn ook andere vormen van behandeling die je naaste kunnen helpen. Bijvoorbeeld voldoende beweging, dagbesteding en muziektherapie. Lees meer over behandeling zonder medicatie.

Sommige mensen willen er alles aan doen om de gevolgen van dementie tegen te gaan. Daarom doen ze mee aan wetenschappelijk onderzoek. Wil je hier meer over weten, lees dan meer over experimentele medicatie

 

 

6. Ontmoet lotgenoten

Ontmoet lotgenoten

Het kan het prettig zijn om mensen te ontmoeten die in dezelfde situatie zitten. Voor je naaste, maar ook voor jou. Zo vind je herkenning en erkenning. Vraag eens aan de casemanager of er speciale bijeenkomsten zijn voor mensen met dementie of mantelzorgers. Bijvoorbeeld bij een ontmoetingscentrum of Odensehuis. Of bezoek een Alzheimer Café bij jou in de buurt. Online met anderen praten kan ook, bijvoorbeeld op het Forum. Of bel gratis de AlzheimerTelefoon.

 

Midden: zo lang mogelijk thuiswonen

Wanneer de dementie erger wordt, heeft je naaste steeds meer hulp en zorg nodig om thuis te kunnen blijven wonen. Van wie kan je dan hulp en zorg krijgen?

 

7. Zoek passende dagbesteding

Zoek passende dagbesteding

Ritme, structuur en zingeving zijn belangrijk voor mensen met dementie. Passende dagopvang kan dit geven. Daarnaast geeft het jou rust, omdat je naaste iets te doen heeft en jij even tijd voor jezelf hebt. Er zijn verschillende vormen van dagopvang. Bij dagbesteding ligt de nadruk op gezelligheid en ontspanning. Bij dagbehandeling is de begeleiding in handen van gespecialiseerde zorgprofessionals. Informeer bij de casemanager, gemeente (Wmo-loket) of bekijk het aanbod in jullie regio via Dementie Netwerk Nederland.

 

 

8. Durf hulp te vragen aan familie en vrienden

Durf hulp te vragen aan familie en vrienden

Dementie heb je niet alleen. Zorgen voor iemand met dementie hoef je ook niet alleen te doen. Probeer mensen om je heen op tijd bij de zorg te betrekken. Misschien vind je het nu nog niet nodig, maar wimpel het aanbod niet te snel af. Er komt een moment dat je de aangeboden hulp goed kunt gebruiken.

Maak bijvoorbeeld nu al een steunkring aan in de app Myinlife. Je kunt vragen of mensen zich daar alvast willen aanmelden. Dan kun je hen, op het moment dat het nodig is, makkelijker om hulp vragen.

 

 

9. Aanpassingen in en om huis

Aanpassingen in en om huis

Je wilt dat je naaste zolang mogelijk zelfstandig thuis kan wonen. Maar dat moet wel prettig en veilig kunnen. Gelukkig zijn er verschillende dingen die je thuis kunt aanpassen. Bijvoorbeeld om veilig te koken of om voor meer overzicht te zorgen. Vraag ook eens advies aan een ergotherapeut. Vanuit de basisverzekering vergoedt de zorgverzekeraar elk jaar 10 uur ergotherapie.

 

 

10. Vraag huishoudelijke hulp en/of thuiszorg aan

Vraag huishoudelijke hulp en/of thuiszorg aan

Taken uit handen geven kan heel lastig zijn. Voor je naaste, maar ook voor jou. Toch kan de juiste zorg jullie allebei rust geven. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij het huishouden. Als het voor je naaste lastiger wordt om zichzelf te verzorgen, kan thuiszorg een oplossing zijn. De thuiszorg kan helpen met douchen, aankleden en eten maken. Ze kunnen ook helpen bij medische zaken zoals het geven van medicijnen. Thuiszorg regel je via de gemeente (Wmo-loket). Je casemanager kan jullie hierbij helpen.

 

 

11. Systemen om dwalen te voorkomen

Systemen om dwalen te voorkomen

 

Je naaste met dementie kan ’s nachts gaan dwalen. Of misschien raakt ze als ze buiten is steeds vaker de weg kwijt. Dat is lastig voor je naaste, maar ook voor jou. Probeer te achterhalen waar het dwaalgedrag vandaan komt. Misschien kun je dan makkelijker een oplossing verzinnen. GPS-systemen of sensoren in huis kunnen ook handig zijn. Ze kunnen zowel je naaste als jou meer veiligheid en zekerheid geven.

 

 

12. Regel vervangende zorg (respijtzorg)

Regel vervangende zorg (respijtzorg)

Soms is het nodig om de zorg voor je naaste tijdelijk over te dragen aan een ander. Bijvoorbeeld omdat je zelf ziek bent of op vakantie wilt. Of omdat je overbelasting wilt voorkomen. Het is fijn als familie en vrienden de zorg tijdelijk kunnen overnemen. Maar soms lukt dat niet. In dat geval is er respijtzorg (vervangende zorg). Je huisarts of casemanager kan je hier meer over vertellen en je helpen om het te regelen.

 

Later: als thuiswonen niet meer gaat

Als de dementie ver gevorderd is, is je naaste helemaal afhankelijk van anderen. Dan komt er een moment dat langer thuiswonen niet meer haalbaar is. Hoe bereid je jezelf en je naaste voor op een verhuizing? En waar moet je rekening mee houden als je naaste de laatste levensfase ingaat?

 

13. Op zoek naar een verpleeghuis

Op zoek naar een verpleeghuis

De kans is groot dat er een moment komt dat je naaste niet meer thuis kan wonen. Bijvoorbeeld omdat ze alleen woont of omdat de zorg voor de mantelzorger(s) te zwaar wordt. Het is verstandig om op tijd een plek te zoeken die past bij de wensen van je naaste. Je naaste kan beter wat langer op een wachtlijst staan, dan halsoverkop ergens geplaatst te moeten worden.

 

 

14. Een aanvraag Wet landurige zorg (Wlz) regelen

Een aanvraag Wet landurige zorg (Wlz) regelen

Om in een verpleeghuis of woonzorgcentrum te kunnen wonen, heeft je naaste een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg nodig. Met deze indicatie wordt haar zorg en het verblijf betaald vanuit de rijksoverheid. Je naaste betaalt wel een eigen bijdrage. De aanvraag Wlz kun jij voor je naaste doen als je hiervoor gemachtigd bent. Bespreek het met de casemanager. Hij of zij kan je ook helpen met het invullen van het aanvraagformulier.

 

 

15. Als je naaste in een verpleeghuis woont

Als je naaste in een verpleeghuis woont

Je rol als mantelzorger verandert als je naaste in een verpleeghuis woont, maar stopt niet. Wie doet de was, wie is contactpersoon voor de verzorging en wie schrijft het levensboek over je naaste? Je hebt meer tijd voor jezelf, maar je blijft je inzetten voor de zorg die je naaste krijgt. Via jou en de andere familieleden weten de verzorgenden wie je naast is, is geweest en hoe ze het liefst benaderd wil worden. Misschien ga je dagelijks op bezoek, misschien af en toe. Ook als je naaste in een verpleeghuis woont, blijf je een belangrijk aanspreekpunt.

 

 

16. Laatste levensfase

Laatste levensfase

Misschien wil je nog helemaal niet nadenken over de laatste levensfase van je naaste. Maar het geeft rust als je weet wat de wensen van je naaste zijn. Probeer het gesprek hierover te hebben ver voordat deze fase zich aandient. Liefst als je bezig bent met een levenstestament of volmachten. Dat voorkomt dat je keuzes voor je naaste moet maken die je liever niet voorhaar maakt. Bijvoorbeeld over de zorg, behandeling (reanimeren) en overlijden (euthanasie).

 

Casemanager dementie

Gerben is een onafhankelijke en vaste begeleider voor mensen met dementie én hun naasten. Hij richt zich op de best mogelijke situatie thuis, voor iedereen.
 

Stel je vraag >
0 reacties