Terug naar dementie op jonge leeftijd
Ervaringsverhaal
geschatte leestijd 2 min

Haar aanraken en oogcontact maken, dat is mijn houvast.

Sabrine (32)

‘Mijn moeder is nu 56 jaar en kreeg een jaar of zeven geleden de diagnose alzheimer. In de afgelopen jaren is ze snel veranderd van een vrouw die altijd voor zichzelf heeft gezorgd naar een vrouw die niet meer mobiel is en volledig verzorgd moet worden. Dat is moeilijk om te zien. Het doet mentaal veel met me.’

‘Als ik nu aan haar denk, zie ik haar in de tuin. Ze was graag in de tuin bezig met van alles. Saampjes op het gras in de zon vond ze ook heerlijk. Ze was altijd graag met ons, met mijn zus en ik, daar genoot ze van. Ze zou nu zo trots op ons zijn, omdat we beiden een opleiding hebben afgerond en een goede baan hebben. Door de scheiding stond zij er al snel alleen voor en moest ze wel gaan werken. Daardoor heeft ze nooit haar opleiding afgemaakt. Ze zei altijd: “Je moet niet zo worden als ik”. Daarmee bedoelde ze dat we onze school af moesten maken, dat vond ze het allerbelangrijkste want dan hadden we een basis om zelfstandig te zijn.’

‘Toen de zorg voor mijn stiefvader te zwaar werd en hij zelf ook nog werkte, zijn mijn zus en ik minder gaan werken. We zorgden allebei een dag in de week voor haar. Sinds ze in het verpleeghuis woont hebben we dat schema niet meer. Ik ga nu op bezoek als ik daar behoefte aan heb. Het kost me een hele dag om een paar uurtjes bij haar te zijn. Dat is vermoeiender dan ik zou willen. Het is lastig om minder te gaan, maar ik was oververmoeid en moest wel voor mezelf kiezen. Echt, ik vecht ertegen want ik wil graag bij haar zijn. Ik wil er voor haar zijn, maar om haar zo te zien als ze nu is, is te aangrijpend. Ze kan niets meer zelf en zo’n leven gun ik niemand. Ze heeft een fijne plek in het verpleeghuis. Het gaat steeds beter en de verzorging doet haar best, maar soms kom ik bij haar en dan heeft ze vlekken op haar kleding of een restje vla naast haar mond. Veeg dan even haar gezicht schoon, denk ik dan. En geef haar kleren aan die een beetje bij elkaar passen. Het kinkt misschien oppervlakkig, maar als je zo ziek bent hoef je er toch niet onverzorgd bij te liggen?’

‘Wat me energie geeft, is het lachen wat ze doet als mijn zus en ik komen. Dat zie ik nog wel. En de twinkeling in haar ogen, die ze heel af en toe nog heeft. Ze is er nog, maar ook weer niet. Haar aanraken en oogcontact met haar maken, dat is mijn houvast. Minder vaak naar haar toegaan betekent niet dat ik minder van haar houd. Met mijn verstand denk ik soms: laat maar gaan, dan kan je het afsluiten. Maar ik kan het nog niet afsluiten. De band die ik in de afgelopen jaren met haar heb gekregen is intenser dan daarvoor. Voorheen was er meer afstand. Ik vond het echt bijzonder dat mijn zus en ik, samen met mijn stiefvader, voor haar mochten zorgen.’

‘Wat ik tegen andere mantelzorgers zou willen zeggen is dat ze erover moeten praten. Praat er met iedereen over, vertel erover. Ik heb veel geblogd en daar gooide ik alles eruit. Er was toen nog maar zo weinig bekend over jong dementerenden. Nu is er veel meer te vinden. Zoek de hulppunten -ze zijn er- en vraag dóór!’

Sabrine (32)

 

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies