Ervaringsverhaal
geschatte leestijd 2 min

Voortaan was ik de BOB, altijd

Margreet (47)
voortaan was ik de BOB_autorijden-en-dementie

‘Motorrijden was zijn lust en zijn leven. Mijn man, Jan Willem, heeft alle cursussen die je maar voor motorrijders kunt bedenken gedaan. Regelmatig ging hij een paar dagen op de motor weg, die vrijheid had hij nodig met een drukke eigen praktijk. De diagnose frontotemporale dementie (FTD) veranderde veel, maar niets aan zijn liefde voor auto’s en motoren.’

‘In een halfjaar tijd bouwde Jan Willem samen met mijn vader een Lomax 223, een driewieler Oldsmobiel. Prachtig. We zijn erin getrouwd en hij was er gek op. Zodra het kon - er zit geen dak op - stapte hij in de Lomax of op de motor. Hij reed regelmatig dwangmatig ‘s avonds naar de praktijk om te controleren of de deuren op slot waren. Ik kon hem daarin niet tegenhouden. Hij reed op routine en dat ging goed, tot die ene keer. Ik werd gebeld door een vader van school. Jan Willem was betrokken bij een botsing. Hij had iets te hard gereden, maar het was niet zijn schuld. Een jong meisje had hem geen voorrang gegeven. Gelukkig niets ernstigs, maar wat had Jan Willem gedaan? Hij had zijn 1100 cc motor zonder problemen overeind gezet en was doorgereden. Die deuren controleren hè, dat was wat er in zijn hoofd zat. Ja, en dat vond de politie niet oké. Hij moest mee. Voor de kinderen was het naar om te zien, de politie voor de deur. Het deed Jan Willem zelf niet veel. Het gevolg van dit akkefietje was wel dat zijn rijbewijs werd afgenomen. En daar was ik heel blij om. Ik wist dat ik het zou moeten doen na de diagnose FTD en dat dat wellicht heel ingewikkeld zou worden. Nu kon ik me verschuilen achter een besluit van de politie.’

‘De motor heb ik meteen op laten halen door onze zwager zodat Jan Willem die niet meer kon zien. Dat was niet moeilijk voor hem omdat zijn emotie weg is, en juist dat was heel raar om te ervaren. De autosleutels had ik goed verstopt. Twee keer heeft hij ze gevonden en heb ik ze uit zijn handen gepakt. Toen nam hij de racefiets om de praktijk te controleren. Dat werd ook gevaarlijk want hij zag steeds minder gevaar in het verkeer. Ik dacht: straks gebeurt er een keer iets en dan zal je zien dat er wat gebeurt met degene die hem ontwijkt. De lekke band van zijn racefiets heb ik expres niet geplakt zodat hij alleen maar de oude pastoorsfiets kon pakken. Dan ging hij tenminste niet zo hard.’

‘Het was zo maf dat hij ineens naast me ging zitten in de auto en accepteerde dat ik reed. Ik zei hem dat ik voortaan altijd de BOB was en daar moest hij wel om lachen. In de auto is het soms net een klein kind. Hij heeft een keer zomaar onderweg de deur opengedaan. Toen werd ik heel boos: “Anders ga je voortaan achterin zitten met het kinderslot.” Het is heel raar om je man zo toe te moeten spreken. Echt heel gek.’

‘Inmiddels zit Jan Willem (53) in een verpleeghuis. Als ik hem ophaal, zit hij relaxt naast me met een grijns op zijn gezicht. Deze zomer ga ik het eens proberen met de Lomax, kijken hoe hij daarop reageert.’

Margreet (47)

3 reacties
Tonen: Nieuwste reacties