Terug naar downsyndroom
Informatie
geschatte leestijd 2 min

Uitleg over het Downsyndroom en dementie

Heeft je naaste het Downsyndroom, dan heeft ze meer kans om de ziekte van Alzheimer te krijgen. De ziekte is moeilijk te herkennen omdat de verstandelijke beperking van je naaste de signalen van alzheimer camoufleert. Daarnaast is het lastig om onderscheid te maken tussen normale verouderingsverschijnselen en beginnende dementie bij Downsyndroom.

Wat gebeurt er in de hersenen?

Je naaste met Downsyndroom heeft een extra exemplaar van chromosoom 21. Bij dit chromosoom hoort een gen dat verband houdt met de ziekte van Alzheimer. Een extra kopie betekent dus ook een extra gen dat alzheimer kan veroorzaken. Het gen is namelijk verantwoordelijk voor de vorming van de zogenoemde 

plaques

Plaques

Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er in de zenuwcellen van de hersenen ophopingen van een bepaald eiwit, het zogenoemde beta-amyloïd. De afbraak van dit eiwit verloopt niet goed. Onderzoekers denken dat door ophopingen van dit eiwit  - de ‘plaques’ - de zenuwcellen en de verbindingen tussen deze zenuwcellen kapot gaan.

die zich ophopen in de hersenen. Deze zijn kenmerkend voor de ziekte van Alzheimer. Behalve alzheimer komt ook vasculaire dementie regelmatig voor bij mensen met Downsyndroom.

Hoe herken je dementie bij Downsyndroom?

De eerste verschijnselen kan je naaste al rond haar veertigste levensjaar vertonen, omdat het verouderingsproces bij Downsyndroom sneller gaat. Veel mensen met Downsyndroom functioneren rond hun veertigste hetzelfde als mensen van rond de tachtig zónder het syndroom.

De eerste signalen van dementie zijn meestal:

  • Geheugenproblemen;
  • Minder actief en sneller vermoeid zijn;
  • Traagheid in denken en doen.

Deze signalen zeggen nog niet veel en kunnen makkelijk gezien worden als normale ouderdomsverschijnselen. Het wordt duidelijker als je naaste ook:

  • Minder interesse heeft in allerlei zaken waar ze voorheen wel interesse in had;
  • Overdag suf is, meer dan je gewend bent;
  • Oriëntatieproblemen heeft;
  • Onzeker is in haar bewegingen en motoriek;
  • Geen nieuwe dingen meer kan aanleren (inprentingsproblemen).

Voor het stellen van een diagnose heeft een arts signalen nodig van veranderd gedrag. Als mantelzorger kun je dit aangeven. Woont je naaste al lang in een instelling en is er nog weinig familie, dan zijn de rapportages van vroeger belangrijk. Daaruit kan een arts opmaken of ze toen bijvoorbeeld wel kon klokkijken of koken. Bovendien maskeert haar verstandelijke beperking de achteruitgang in haar geheugen en denkvermogen. Voor een goede diagnose zal de arts alle andere mogelijkheden die lijken op dementie, moeten uitsluiten. Daarbij kun je denken aan aandoeningen als:

  • Depressie;
  • Schildklierafwijkingen;
  • Gehoorproblemen;
  • Vitaminetekort;
  • Hoofdletsel;
  • Tumor in het hoofd;
  • Teveel medicijnen of een verkeerde combinatie ervan.

Het verloop van dementie bij Downsyndroom

Na het begin, met de verschijnselen waaraan je de ziekte herkent, is het verloop van deze vorm van dementie vergelijkbaar met het verloop van de ziekte bij mensen zonder Downsyndroom. De symptomen verergeren na verloop van tijd en monden uit in bedlegerigheid, slikproblemen, incontinentie en ernstige epilepsie. Je naaste hoeft niet al deze verschijnselen te krijgen, want per persoon verschilt het sterk waarin de ziekte zich uit. Artsen stellen dat het ziekteproces bij ouderen met een verstandelijke beperking vanaf de diagnose minder dan vijf jaar duurt.

Lotgenotencontact

Heb je behoefte aan contact met lotgenoten? Schuif dan aan bij een Dementietafel. Tijdens deze bijeenkomsten gaan mantelzorgers en zorgprofessionals met elkaar in gesprek over ouder worden en dementie bij mensen met een verstandelijke beperking. De Dementietafels worden georganiseerd door KansPlus, het belangennetwerk voor verstandelijk gehandicapten.

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies