Terug naar fasen dementie
Ervaringsverhaal
geschatte leestijd 2 min

Als zij zich prettig voelt, dan kan ik het loslaten

Bente (30)

‘Na de diagnose alzheimer heb ik besloten voor mijn moeder (59) te zorgen. Eerst was het de was doen, eten koken en af en toe blijven slapen. Dat werd gaandeweg steeds meer. Het ging heel geleidelijk. Ik wilde er voor haar zijn, dus was het een logische vervolgstap om bij haar te gaan wonen.’

‘Ik woon nu een jaar of drie bij mijn moeder in huis. Ze gaat naar de dagopvang zodat ik mijn werk kan doen. Dat gaat goed, tot nu toe. Wat ik moeilijk vind, is dat ze toch achteruitgaat. Dat het niet zo blijft. Er zit weer een nieuwe fase aan te komen, de fase dat ze veel plast en haar plas niet op kan houden en een luier om moet. Iedere ochtend dweilen werd me al snel teveel, maar nu plast ze wel weer op de wc, dus het wisselt nog heel erg. Ik heb een bepaalde hoop dat ze blijft zoals ze nu is. Dat ze nog een beetje mijn moeder is, ook al is ze dat niet. Ik ben bang dat ik die hoop verlies en dan niet meer voor haar wil zorgen. Het is lastig om daarin een grens aan te geven. Tot hoever ga je? Steeds denk ik: als ze dit of dat niet meer kan, laat ik haar gaan. Maar steeds weer verleg ik de grens en ga toch door.’

‘Ik hou het vol omdat het gewoon echt een leuk mens is. Ze is vrolijk, grappig en houdt van dansen en muziek, samen dansen. Tegen alle adviezen in neem ik haar overal mee naartoe, daar geniet ze van. Als we met de band repeteren neem ik haar mee. We gaan samen met de tram en dat is een heel gedoe, maar het heeft wel wat. Ze heeft het te koud, of te warm, is langzaam met in- en uitstappen. Maar ik doe het toch, ondanks alle blikken. En dan danst ze als wij spelen. Dat beeld wil ik altijd vasthouden.’

‘Het belangrijkste is dat zij zich prettig voelt. Pas als ik zeker weet dat dat zo is, kan ik het loslaten. Dat geldt voor even alleen thuis zijn, maar ook voor het logeerhuis als wij op vakantie zijn of straks de zorgboerderij. Ze staat op de wachtlijst voor een zorgboerderij, kleinschalig wonen, maar stiekem hoop ik dat het nog lang duurt. Het is een beetje dubbel. Aan de ene kant wil ik haar haar thuis niet afpakken en zo lang mogelijk hier houden. Aan de andere kant, als het dan slechter met haar gaat, dan trek ik het niet meer. Maar ik weet niet of ik de volgende fase aankan. Ik wil er niet eens aan denken dat ze straks niet meer kan eten, niet kan slikken, niet meer lopen en niet meer kan praten. Het lijkt me heel moeilijk om haar dan op te zoeken. Ik weet niet of ik dat kan, heb er moeite mee.’

‘Wat voor mij, maar ook voor andere mantelzorgers geldt, is dat je goed op jezelf moet letten. Neem voldoende rust en praat er met meerdere mensen over. Je mag best over je grenzen gaan en ze verleggen, maar wees er bewust van. Herken het en laat het niet ongemerkt gebeuren. Persoonlijk vind ik het heerlijk om helemaal op te gaan in mijn werk als ambulant begeleider. Het werkt goed voor mij om er dan helemaal te zijn voor de persoon die ik begeleid. Dan ben ik niet met mezelf bezig, dat vind ik fijn. Met vriendinnen praat ik liever niet over mijn moeder, daar ga ik mee fietsen, muziek maken of festivals bezoeken. Dan wil ik even geen verantwoordelijkheden.’

Bente (30)

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies