Informatie
geschatte leestijd 3 min

Delier bij dementie

Je naaste gaat plotseling lichamelijk of geestelijk sterk achteruit. Dat is schrikken. Vooral bij vasculaire dementie past zo’n schoksgewijze achteruitgang in het ziektebeeld. Die snelle achteruitgang kan ook andere oorzaken hebben, zoals een onderliggende ziekte of een delier. Neem dan direct contact op met de behandelend arts. 

Onderliggende oorzaken

Als je naaste ineens veel verwarder lijkt, kan dat komen door een onderliggende ziekte of infectie, zoals een blaasontsteking, urineweginfectie of bijvoorbeeld tandpijn. Is je naaste niet in staat om aan te geven of ze lichamelijk ergens last van heeft, neem dan contact op met de huisarts. Die kan vaststellen of een ziekte de oorzaak is van de plotselinge achteruitgang.

Een

delier

Delier

Een delier (of delirium) is een plotseling optredende ernstige verwardheid. Mensen boven de zeventig jaar hebben een grotere kans om plotseling verward te raken. Een delier heeft een lichamelijke oorzaak. Het ontstaat door een ernstige ziekte, infectie of trauma, in combinatie met een zwakkere gezondheid door bijvoorbeeld hoge leeftijd, cognitieve stoornissen of dementie. Mensen met een delier hebben vaak een wisselend bewustzijn en kunnen zich moeilijk concentreren.

of plotselinge verwardheid kan ook het gevolg zijn van een verandering in medicatie of een operatie met een narcose. Andere mogelijke oorzaken zijn:

  • Ziekten aan hart en longen;
  • Ontstekingen en bloedvergiftiging (sepsis);
  • Stoornissen in de stofwisseling of de hormoonhuishouding;
  • Hersenschudding of kneuzing;
  • Stress, angst, pijn of te weinig slaap.


Waaraan herken je een delier?

Een delier ontstaat vaak plotseling en gaat gepaard met onrust, angst en gedragsveranderingen. De symptomen kunnen in de loop van de dag verschillen. Iemand met een delier kan ook heldere momenten hebben. Tijdens de verwarde periodes merk je dat je naaste een soort dromerigheid over zich heeft. Het lijkt of alles langs haar heen gaat. Ze weet niet meer waar ze is en is de vat op zichzelf kwijt. Ze vergeet al snel weer wat er tegen haar is gezegd of wat er is gebeurd. 
Je naaste kan onrustig zijn, plukt en friemelt aan kleding of spulletjes en kan proberen op te staan en weg te lopen. 

Mijn vader was ineens heel onrustig. Hij sliep slecht, had iets schrikachtigs en liep de hele tijd aan zijn kleren te plukken. Gelukkig herkende de casemanager het al snel als een delier.

Cecile (56)

 

Waanbeelden

Tijdens een delier ervaart je naaste de werkelijkheid soms anders. Ze ziet of hoort dan dingen die er niet zijn, bijvoorbeeld beestjes, stemmen of geluiden. Het helpt niet om te zeggen dat die verschijnselen alleen in haar hoofd zitten, want voor haar zijn ze op dat moment echt. Deze veranderde werkelijkheid kan je naaste angstig maken, waardoor ze waakzaam, achterdochtig of zelfs agressief wordt. Een andere mogelijke is dat ze zich terugtrekt in zichzelf.

Wat te doen bij plotselinge achteruitgang of hevige verwardheid?

Neem direct contact op met de behandelend arts. Deze probeert zo snel mogelijk de oorzaken vast te stellen en te behandelen. Soms krijgt je naaste medicijnen om de verschijnselen van het delier te verminderen. Overleg als ze erg onrustig is met hulpverleners hoe je haar tegen zichzelf kan beschermen, bijvoorbeeld door te voorkomen dat ze uit bed valt of zichzelf bezeert.

Contact maken tijdens een delier

Vermoed je dat je naaste een delier heeft of heeft de arts dit inmiddels bevestigd, let dan (extra) op de volgende punten in het contact met haar:

  1. Controleer of je naaste weet wie je bent. Zo niet, noem dan je naam en vertel in welke relatie je tot haar staat.

  2. Controleer of ze weet waar ze is en vertel het haar zo nodig.
  3. Spreek rustig en in korte, duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen.
  4. Zorg voor rust: zet de radio of televisie uit en let erop dat je naaste hulpmiddelen als haar bri1 of gehoorapparaat gebruikt. Zo vergroot je haar mogelijkheden om te focussen.
  5. Je aanwezigheid op zich geeft vaak al steun. Hou gewoon haar hand vast.
  6. Ga niet mee met de waanideeën van je naaste, of met de dingen die ze ziet of hoort die haar bang of onrustig maken. Spreek haar niet tegen, maar maak wel duidelijk dat jouw waarneming anders is. Heeft dat geen effect, hou er dan over op. Maak er geen ruzie over.
  7. Soms kunnen waanideeën of dingen die ze ziet prettig voor haar zijn en haar rust geven. Probeer te accepteren dat zij ziet wat ze ziet. Probeer met haar samen te genieten.
  8. Praat met je naaste over personen en gebeurtenissen van vroeger. Bekijk samen foto’s van vertrouwde personen of gebeurtenissen of haal herinneringen op aan vroeger.
  9. Lees alle tips over omgaan met waanbeelden en hallucinaties.

 

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies