Terug naar impact gezin
Informatie
geschatte leestijd 5 min

Kinderen leren omgaan met dementie

Als een (groot)ouder dementie heeft, is dat moeilijk te bevatten voor een (klein)kind. Toch is het belangrijk dat kinderen, hoe jong ze ook zijn, begrijpen wat er aan de hand is. Door open te zijn over dementie én onderstaande adviezen te gebruiken, kun je je (klein)kind helpen het te accepteren en ermee om te gaan.

Leg uit wat er aan de hand is

Als een grootouder of ander familielid met dementie afwijkend gedrag vertoont, merken kinderen dat meestal wel op. Sommigen zullen vragen waarom opa of oma zo doet; anderen ontwikkelen er in stilte een eigen theorie over. Waarom doet ze zo vreemd? Waarom kan ik niet meer met haar doen wat ik altijd met haar deed? Wanneer je een kind niet uitlegt dat oma ziek is, kan het angstig of boos worden, ongeïnteresseerd raken, zich buitengesloten voelen of de schuld bij zichzelf zoeken.

Marinka (11) vertelt hoe het is om een oma met alzheimer te hebben
Bron: at5Basta

Het is belangrijk de tijd te nemen om met je (klein)kind te praten over dementie. Houd wel rekening met zijn leeftijd en het bijbehorende begrips- en belevingsvermogen. Voor een klein kind is het waarschijnlijk voldoende om te vertellen dat oma anders doet door een ziekte in haar hoofd en dat ze hier niks aan kan doen. Oudere kinderen kun je bijvoorbeeld uitleggen wat er ongeveer in haar hersenen gebeurt. Je kan ze vertellen dat de oorzaken van dementie nog niet vaststaan en dat de ziekte ongeneeslijk is, maar niet besmettelijk. Je kunt ook uitleggen hoe moeilijk het is voor je naaste om zich een gebeurtenis, naam of woord te herinneren, om de terugweg te vinden, of een voorwerp te herkennen. Zo leert je (klein) kind begrip te krijgen voor de situatie.

'Eerst vond ik het eerlijk gezegd wel een beetje eng dat oma steeds hetzelfde vroeg. Nu weet ik dat het komt door de Oldtimer.'

Joas (7)

Probeer je (klein)kind gerust te stellen

Jongere kinderen hebben vaak de neiging om de schuld bij zichzelf neer te leggen, hoewel ze dat niet snel hardop zullen zeggen. Vraag daarom door op wat je (klein)kind ervan vindt, wat hem ongerust of angstig maakt. Benadruk dat niemand er wat aan kan doen dat je naaste dementie heeft. Ook het bespreken van andere emoties is goed. Je (klein)kind is misschien bang voor wat er komen gaat, of verdrietig om het feit dat je naaste er steeds minder voor hem is. Misschien is er wel sprake van schaamte of ergernis over het veranderde gedrag van je naaste of een gevoel van machteloosheid. Leg uit dat dit begrijpelijke en normale gevoelens zijn die niet verbloemd hoeven te worden. 

Maak duidelijk dat dementie niet besmettelijk is en dat de kans op erfelijkheid heel klein is. Je kunt daarmee eventuele zorgen of angsten wegnemen. Probeer positief te zijn en moedig hem aan om zelf een manier te vinden om met je naaste om te gaan en in contact te blijven. Kinderen zijn vaak verrassend creatief en spontaan in hun communicatie met mensen met dementie.

'Ik zat op mijn mobiel en ineens kwam oma meekijken. Dat deed ze anders nooit. Ik heb haar allemaal YouTube-filmpjes laten zien waar ze hard om moest lachen. Dat was heel gaaf eigenlijk.’

Jesse (17)

Wees alert op onuitgesproken signalen

Iedereen gaat anders om met slecht nieuws of tegenslag. Soms kost het wat meer moeite om in gesprek te raken met je (klein)kind. Veel jonge kinderen willen hun (groot)ouders niet belasten met hun gevoelens en angsten. Oudere kinderen vinden het vaak moeilijk om over hun gevoelens te praten. Heb je het gevoel dat er meer bij je (klein)kind speelt dan hij durft of wil laten zien, wees dan alert op de volgende signalen:

  • slecht slapen, last van nachtmerries, onverklaarbare pijntjes of plotseling dwars gedrag;
  • moeite met concentreren op school;
  • somber en snel in tranen;
  • zondert zich vaak af;
  • opvallend weinig interesse in de situatie;
  • zorgzaam gedrag op een manier die niet bij zijn leeftijd past.

Deze signalen kunnen een aanleiding zijn om extra aandacht aan je (klein)kind te besteden en de situatie in alle openheid met elkaar te bespreken. Het helpt waarschijnlijk ook als je jouw eigen gevoelens en zorgen deelt en vertelt hoe jij daarmee omgaat. Laat daarbij ook weten dat je nog altijd onverminderd van je (klein)kind houdt, ook al ben je nu misschien wat minder beschikbaar door de zorg voor je naaste.

'Ik weet nu dat het heel belangrijk is om je kind erbij te betrekken, zodat er geen angsten ontstaan voor het gedrag van oma of opa. Of, in een later stadium, angst voor het verpleeghuis.’

Pascal (38)

Betrek de omgeving bij de situatie

Wanneer kinderen erg betrokken zijn bij de ziekte van je naaste, of als er in het gezin spanningen ontstaan omdat de zorg veel tijd en aandacht vraagt, bestaat de kans dat je (klein)kind leer- of gedragsproblemen op school krijgt. Zeker als kinderen ouder worden, lijden ze meer onder de zorgen die spelen binnen het gezin. Het is daarom van belang dat de omgeving van je (klein)kind op de hoogte is van de situatie. Veranderingen in het gedrag of welzijn worden dan sneller opgemerkt.

In onderstaande video vertelt Marijke hoe ze de diagnose dementie van haar man deelde met haar kinderen en hoe ze haar kleinkinderen betrekt bij hun opa. 

Ervaring van Marijke: “Hoe ik het mijn kinderen vertelde”

Kleinere kinderen kunnen in de klas vertellen over dementie. Dat kan door bijvoorbeeld een spreekbeurt te houden of een werkstuk te maken. Hierdoor ontstaat meer begrip in de omgeving van je (klein)kind. Via deze link vind je handige tips hiervoor. Ook zijn er boeken voor kinderen over dementie. Door meer over de ziekte te weten te komen, krijgen kinderen meer begrip voor de situatie van je naaste.

Je (klein)kind betrekken bij de zorg voor je naaste

(Klein)kinderen kunnen zich buitengesloten voelen wanneer het gaat om de zorg voor je naaste met dementie. Probeer daarom manieren te verzinnen om hen erbij te betrekken, zonder teveel van ze te vragen. Enkele tips:

  • Benadruk dat het voor je naaste heel fijn en belangrijk is als je (klein)kind bij haar is en laat zien dat hij van haar houdt.
  • Bedenk leuke activiteiten die ze samen kunnen doen, zoals een wandelingetje maken, een spelletje doen, naar muziek luisteren, kleuren of een plakboek maken.
  • Vertel over hoe je naaste was voordat ze ziek werd. Laat foto’s en filmpjes zien.
  • Maak foto’s van je (klein)kind en je naaste samen, zodat hij zich bewust wordt dat er ook mooie gezamenlijke momenten zijn, ondanks de ziekte.
  • Laat je (klein)kind merken dat jij én je naaste waarderen wat hij doet.
  • Let op dat je (klein)kind niet in een situatie komt die je naaste verwarrend of vervelend vindt. Mocht dit toch gebeuren, praat er dan achteraf over en leg uit wat er gebeurde, zodat er geen angst ontstaat.
  • Laat je (klein)kind nooit alleen met je naaste als je niet helemaal zeker weet dat ze dit allebei aankunnen.

'Mama wil niet dat ik zorgtaken overneem, ik moet kleinkind blijven zegt ze, maar het lukt mij meestal wel om oma te motiveren en blijer maken.'

Anouk (18)

 

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies