De inhoud wordt geladen...
Vasculaire dementie is één van de meest voorkomende vormen van dementie. Vasculair betekent dat het te maken heeft met de bloedvaten. Je hersenen hebben zuurstof nodig. Die zuurstof komt via het bloed de hersenen in.
Bekijk de video hieronder om te zien wat vasculaire dementie is en hoe je de ziekte herkent.
Accepteer cookies om de video te kunnen bekijken.
Deze animatie is gemaakt in samenwerking met UNO Amsterdam/Amsterdam UMC
Vasculaire dementie kan ontstaan als er niet genoeg bloed naar de hersenen komt. Dat kan één keer of meerdere keren gebeuren. Dat kan weer komen door:
Veel mensen met vasculaire dementie hebben een hart- of vaatziekte die de problemen veroorzaakt. Het behandelen van die hart- of vaatziekte kan vasculaire dementie niet laten verdwijnen. Maar behandeling kan wel zorgen dat het niet erger wordt. Soms kan het zelfs een beetje beter gaan. Bijvoorbeeld omdat medicijnen die helpen tegen een hartziekte zorgen voor betere doorbloeding van de hersenen.
Vasculaire dementie kan ook bestaan naast een andere vorm van dementie, zoals de ziekte van Alzheimer. Dat noemen we dan ‘gemengde dementie.’
Vasculaire dementie begint meestal op een leeftijd tussen 65 tot 75 jaar. Het kan ook op jongere leeftijd ontstaan. Mannen krijgen het iets vaker dan vrouwen. De klachten verschillen per persoon. Dat ligt aan de plekken in de hersenen die zijn beschadigd. Dit zijn symptomen die veel voorkomen:
Vaak merk je het ook lichamelijk:
In het begin van vasculaire dementie is het geheugen vaak nog goed. Ook verandert iemands persoonlijkheid niet meteen. Dat betekent meestal ook dat je met vasculaire dementie heel goed beseft wat er aan de hand is. Dat is heel verdrietig. Het is dan ook niet raar als iemand met vasculaire dementie depressief wordt. Verdriet, somberheid en veel minder energie hebben horen daarbij.
Een kenmerk van vasculaire dementie is dat het in stappen verloopt. De eerste tekenen zijn vaak onhandigheid en moeite om overzicht te houden. Het lukt bijvoorbeeld niet meer om een planning te maken, terwijl dat nooit eerder een probleem was. Later kan het zijn dat iemand niet meer weet hoe voorwerpen heten.
De achteruitgang bij vasculaire dementie gaat niet stap voor stap, zoals bij de ziekte van Alzheimer. Vasculaire dementie is onvoorspelbaar. Soms gaat het opeens beter. Eventjes, of zelfs voor een langere periode.
Als iemand met vasculaire dementie opnieuw een beroerte of een tia krijgt, kunnen de klachten tijdelijk erger zijn. Als dat verholpen is, kan het daarna weer beter gaan. Soms blijft het lange tijd hetzelfde. Met goede medicijnen kan de ziekte stabiel blijven. Dan gaat het lange tijd niet beter, maar ook niet slechter.
Ook kan iemand van karakter veranderen. De emotionele reacties zijn dan anders. Dat gebeurt vaak pas na langere tijd, niet in het begin van de ziekte.
Niet alleen de bloedvaten in de hersenen, ook de bloedvaten in de rest van het lichaam zijn minder goed. Daarom is de conditie van mensen met vasculaire dementie vaak slecht. Uiteindelijk is waarschijnlijk een opname in een verpleeghuis nodig.
De ziekte verloopt bij iedereen anders. Ook hoe lang iemand met de ziekte leeft. Leeftijd maakt veel uit. Ook maakt het verschil of iemand andere ziektes heeft. Gemiddeld leeft iemand 5,5 jaar met vasculaire dementie. Maar let wel: dat is een gemiddelde. Afhankelijk van de gezondheid kan het bij de één sneller gaan, maar heeft een ander juist meer jaren. Bij vasculaire dementie is de directe oorzaak van overlijden vaak een hartinfarct of een beroerte.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar het genezen van vasculaire dementie. Helaas is er op dit nog geen behandeling voor vasculaire dementie zelf. Maar tegen de ziekten die vasculaire dementie veroorzaken of erger maken, bestaan wel behandelingen.
De behandelend arts zal daar dus mee beginnen: de oorzaak van het probleem aanpakken. Hoe dat gebeurt, hangt af van de soort ziekte. Soms werkt een behandeling tegen te hoge bloedsuiker ook tegen de klachten die bij vasculaire dementie horen. Of helpen medicijnen tegen een hoge bloeddruk heel goed. De juiste behandeling kan zorgen dat de klachten niet erger worden (stabiel blijven). Soms kan het geheugen zelfs weer iets verbeteren.
De juiste behandeling kan ervoor zorgen dat de schade niet groter wordt. Niet alleen medicijnen kunnen meer hersenschade voorkomen. Wat ook kan helpen:
Tot slot is het ook mogelijk om de klachten te behandelen die het gevolg zijn van vasculaire dementie. Zoals een depressie, angst of dingen zien die er niet zijn (hallucinaties). Als zo’n behandeling helpt, is het leven met vasculaire dementie beter draaglijk.
De diagnose dementie verandert je leven en dat van je naasten. Hoe ga je om met de diagnose dementie? Wat kun je verwachten? Waar vind je hulp en informatie? Wat moet je allemaal regelen?