Terug naar pijn
Informatie
geschatte leestijd 3 min

Pijn herkennen als je naaste het zelf niet aan kan geven

Door de dementie kan je naaste pijn moeilijk zelf aangeven. Vragen hierover kan ze niet duidelijk beantwoorden. Pijn vermindert haar kwaliteit van leven en is ongunstig voor het verloop van de dementie. Pijnbestrijding, van welke pijn ook, is daarom van wezenlijk belang voor je naaste. Als jij als mantelzorger de pijn bij je naaste leert herkennen, help je haar in alle opzichten.

Pijn bij dementie

Je naaste met dementie heeft even veel en soms zelfs meer last van pijn dan iemand zonder dementie. Een lichte prikkel, zoals een strak zittend kledingstuk, kan voor haar al een bron van irritatie zijn. Ze weet niet waar de prikkel vandaan komt en hoe ze die kan oplossen. De prikkel verandert in pijn, en die is echt. Zolang de prikkel blijft bestaan, neemt de pijn toe. Je naaste gaat ander gedrag vertonen en wordt boos, chagrijnig, onrustig, somber of bang. En als niemand weet wat er aan de hand is, kan het gedrag problematisch worden. Pijn bij je naaste herkennen is dus niet alleen belangrijk voor haar, maar ook voor jou als mantelzorger en direct betrokkene.

Professor Erik Scherder legt het belang van pijnherkenning en –bestrijding uit in een videofragment uit de serie DementieEnDan van Ireen van Ditshuyzen.

Alert zijn op signalen van pijn

Het lastige met pijn is dat je naaste die misschien niet als zodanig herkent of door spraak- en taalproblemen niet duidelijk kan maken. Als zij niet duidelijk kan maken wat haar dwars zit of waar ze pijn heeft, is het voor jou als mantelzorger belangrijk om alert te zijn op haar pijnsignalen. Professionele verzorgenden krijgen vaak cursussen in het meten van pijn, maar jij hebt één groot voordeel: je ziet je naaste veel en dus kun je kleine veranderingen in gedrag, gezichtsuitdrukking en stemming sneller leren herkennen.

Stap 1: Signalen van pijn

Op basis van de Pain Assesment Checklist for Seniors with Severe Dementia (Pacslac-D) kun je kijken of je signalen van je naaste in gezichtsuitdrukking, gedrag en stemming herkent. Hoe meer signalen je herkent, hoe groter de kans is dat ze pijn heeft. Je kunt de lijst ook gebruiken om pijn uit te sluiten als oorzaak van de veranderingen in het gedrag van je naaste.

Gezichtsuitdrukking:

  • Wenkbrauwen die fronsen;
  • Rimpels in het voorhoofd trekken;
  • Pijnlijke gezichtsuitdrukking;
  • Donkere of verdrietige blik;
  • Kreunen en kermen;
  • Verandering in de ogen (scheel kijken, matter of juist helderder, meer bewegingen);
  • Een specifiek geluid maken of uitdrukkingen als ‘au’ en ‘oef’ veelvuldig uiten;
  • Blozend, rood gezicht.

Gedrag:

  • Pijnlijke plek vasthouden of beschermen;
  • Terugtrekken of achteruit deinzen;
  • Niet aangeraakt willen worden;
  • Verzet en weerstand tegen lichamelijke verzorging (hulp daarbij);
  • Geïrriteerd reageren;
  • Schelden en vloeken, schreeuwen en krijsen;
  • Agressief gedrag als slaan, schoppen, wegduwen, krabben en stompen;
  • Niet willen eten (pijn in mond of buik).

Tijdens een routinecontrole kwamen we erachter dat mijn vader een fikse oorontsteking had. Hij ging behoorlijk achteruit, was depressief en vertoonde bij vlagen agressief gedrag. Geen wonder.

Evert (51)

Stemming:

  • Rusteloos (kan ook in gedrag zichtbaar zijn);
  • Nors en prikkelbaar;
  • Boosheid (schreeuwen en krijsen);
  • Somberheid (donkere of verdrietige blik);
  • Contact met mensen ontlopen, alleen willen zijn;
  • Ontsteld of ontdaan zijn (blozend, rood gezicht).

Stap 2: Oorzaak zoeken

Ook als je weet dat je naaste pijn heeft, weet je nog niet altijd waar de pijn vandaan komt. Die kan ontstaan door een pijnlijke aandoening of ziekte, zoals artrose, reuma, (bot)breuken, spierpijn, gebitsproblemen, wonden of ontstekingen. Maar de oorzaak kan ook liggen in schijnbaar eenvoudige prikkels.

  • Strak zittende kleding zoals ondergoed of een broekband;
  • Knellende sloffen of schoenen;
  • Strakke haarbanden, -spelden of -knipjes;
  • Nodig naar het toilet moeten;
  • Slecht zittend gebit, gaatjes, ontstekingen;
  • Verandering in medicijngebruik (afbouwen pijnmedicatie);
  • Weersverandering (reuma, artrose);
  • Wonden en ontstekingen (oren);
  • Operatie;
  • Dikke voeten, ingegroeide teennagels, likdoorns, eelt.

De voeten van je naaste zijn kwetsbaar. Lange nagels en dikke voeten zorgen voor pijn in haar schoenen. Door veel op slippers of sloffen lopen kan ze ook pijn aan haar voeten krijgen.

Stap 3: Professionele hulp

Wanneer je stap 1 en 2 hebt onderzocht en niet hebt kunnen achterhalen waar de pijn vandaan komt, overleg dan met de (wijk)verpleegkundige, huisarts of casemanager. Vertel duidelijk wat je hebt gesignaleerd en waarom je je zorgen maakt. Onthoud dat jij degene bent die je naaste het beste kent, de signalen herkent en zeker wilt weten dat je naaste geen pijn heeft. De huisarts kan aanvullende onderzoek doen en zo nodig pijnbestrijding in gang zetten.

Stap 4: In de gaten houden

Als je naaste pijnmedicatie krijgt of op een andere manier behandeld wordt voor pijn (ergotherapie, fysiotherapie), is het belangrijk om de effecten daarvan in de gaten te houden. Kun je zien dat ze minder pijn heeft en blijft dat stabiel? Zijn er bijwerkingen van de medicijnen zichtbaar?

Alert zijn op mogelijke pijn blijft altijd een belangrijk aandachtspunt in de zorg voor je naaste.

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies