Terug naar
Expert
geschatte leestijd 2 min

Wel of niet een sociale robot inzetten?

Iemand met beginnende dementie, geeft aan eenzaam te zijn. Ze krijgt een sociale robot in huis. De dochter vindt dat ideaal: moeder geniet van de robotkat. Zijzelf hoeft nu minder vaak op bezoek te komen. Dat komt goed uit, want ze had de laatste tijd echt te weinig tijd voor haar eigen gezin. De zoon vindt het niks: 'Je laat je moeder toch niet met een robot kletsen?!' Wat zou jij doen?

Wanneer je naaste met beginnende dementie op zichzelf woont en zich eenzaam voelt, kan een sociale robot een uitkomst zijn. Bijvoorbeeld een robotkat of een robot die helpt om structuur te geven aan de dag. Je naaste kan met de robot een praatje maken of aangemoedigd worden tot beweging of het doen van bepaalde taken. Ook als je naaste in een verpleeghuis woont, kan een robothuisdier veel plezier geven.

Verschillende experimenten met sociale robots laten zien dat mensen zich daadwerkelijk aan een robot kunnen hechten. Het kan het gevoel van eenzaamheid verminderen en zorgen voor meer activiteit. Wanneer je veel zorgtaken voor je naaste met dementie op je neemt, kan een sociale robot handig zijn. Het kan jouw draaglast verlagen, wat goed is voor jou als mantelzorger. Je moet immers zelf ook overeind blijven.

Blijf betrokken

De vraag is echter: laat je je naaste met een robot kletsen? Ook als het je naaste goed doet, ze er gelukkiger van wordt en het jou meer ademruimte geeft... Is het wel menswaardig om zo’n robot in te zetten? Een robot is een apparaat voorzien van geprogrammeerde reacties en ‘kunstmatige intelligentie’. Contact ermee is niet hetzelfde als mens-tot-mens-contact. Daarmee is het misschien minder waardevol. Daarom vinden veel ethici de inzet van sociale robots bij mensen met dementie alleen te verantwoorden als het een aanvulling is voor menselijk contact. Het kan volgens hen dus niet zo zijn dat er minder zorgverleners worden ingezet, omdat je sociale robots gebruikt. Ook mag het niet zo zijn dat je minder op bezoek gaat, omdat je naaste nu toch een robot heeft om mee te kletsen.

Ik kan me daar grotendeels in vinden. Het begrip ‘betrokkenheid’ is daarbij behulpzaam. Het gaat erom dat je betrokken bent en blijft bij je naaste. Authentieke betrokkenheid, waarbij je je naaste als uniek en volwaardig persoon blijft zien. Dat betekent ook dat je je betrokkenheid bij je naaste niet afschuift op een sociale robot. De robot kan zeker aanvullend zijn en bepaalde vormen van contact stimuleren of vergroten. Door een robot aan te bieden toon je ook een zekere vorm van betrokkenheid. De robot kan dus aanvullend zijn, maar nooit de menselijke betrokkenheid vervangen. Een robot is immers niet betrokken bij iemand, een mens wel.

Maar naast deze mooie woorden ben ik mij ook bewust van de realiteit: sociale robots kunnen steeds meer en worden dus aantrekkelijker om in te zetten. Dat zal, zeker wanneer er tekorten in de (thuis)zorg dreigen, vaker gaan gebeuren. Ik verwacht dat het ook als vervangend zal worden ingezet, simpelweg omdat het niet anders kan. Wanneer er echt geen andere menselijke alternatieven zijn, vind ik dat moreel te verantwoorden, omdat je de waarde van betrokkenheid dan toch zo veel mogelijk vorm probeert te geven.

Wat zou jij doen? Heb jij weleens nagedacht over het gebruik van een sociale robot? Laat het hieronder weten in een reactie. 

Dementie dilemma 

In de rubriek Dementie dilemma gaat expert Tim van Iersel in op dilemma’s van mantelzorgers. Tim is ethicus en geestelijk verzorger. In 2018 verscheen zijn boek Dilemma’s bij dementie. Heb je zelf een vraag aan Tim? Of wil je hem een dilemma voorleggen?

Geestelijk verzorger / ethicus

Tim is geestelijk verzorger en ethicus. Hij helpt je graag verder met vragen over het omgaan met verlies (nu en later), zingeving of dilemma’s bij dementie.
 

Stel je vraag >
0 reacties