Terug naar
Ervaringsverhaal
geschatte leestijd 2 min

MCI: bij alles moet ik diep nadenken

Marjo (73)
MCI-Marjo-Gerard_privefoto

‘Toen ik drie jaar geleden met mijn geheugenproblemen bij een oudere, brommerige geriater kwam, werd ik weggezet als een aanstelster. Als dochter van een huisarts ben ik verre van dat. Ik voelde me genomen.
Ruim een jaar geleden kreeg ik de diagnose MCI, Mild Cognitive Impairment. Laat dat ‘milde’ maar gerust weg.’

‘De diagnose was een opluchting want ik bleek me dus echt niet aan te stellen. Mijn geheugenproblemen zijn meer dan gewone vergeetachtigheid. Daarom, als iemand zegt: ‘Dat heb ik ook’, reageer ik niet meer. Daar heb ik geen zin meer in. Alleen als ik het belangrijk vind dat iemand het begrijpt, doe ik moeite om het uit te leggen. Denken kost me nu veel energie, daardoor wordt het leven veel vermoeiender. Bij alles moet ik diep nadenken: hoe maak ik dat eten klaar, waar staat de koffie, hoe kom ik bij de winkel, enzovoort. Ik ga dus niet aan iedereen uitleggen hoe het zit. Wel heb ik aan winkeliers en marktkramen waar ik regelmatig kom, uitgelegd dat ik geheugenproblemen heb. De reacties waren positief. Bij de Spakenburgse viskraam krijg ik altijd een extra visje en de andere vaste kooplieden houden me ‘in de gaten’ als ik over de markt loop. Bij de supermarkt is er altijd een bekende medewerkster die ik om hulp kan vragen. Met mijn boodschappenlijstje in de hand helpt zij mij om de producten te vinden.’

‘In het ziekenhuis hebben mijn man en ik tien bijeenkomsten gehad, samen met nog vier stellen met dezelfde diagnose. Daarin hebben we geleerd hoe we met MCI om kunnen gaan. Omdat ik al een praktisch ingesteld mens ben - ik kom uit het onderwijs - paste ik al veel van de foefjes toe. Daarin word ik wel steeds krampachtiger: alles op dezelfde plek leggen en ik fiets tot ik een bekend punt zie. Dan weet ik vandaaruit de weg weer. En alles, echt alles schrijf ik op. Soms ben ik het al vergeten voordat ik het opschrijf, maar de kalender is mijn houvast. Anders weet ik het echt niet meer en raak ik helemaal de kluts kwijt.’

‘Ik was altijd de ‘handyman’ in huis. Dat is nu niet meer vanzelfsprekend. Niets is meer vanzelfsprekend. Mijn man Gerard moet nu veel meer doen. Tot mijn verbazing ben ik blij met zijn hulp. Eerder was ik altijd van ‘ik kan het zelf wel’ en was ik niet zo makkelijk in hulp vragen. Als ik nu bijvoorbeeld eten aan het koken ben, let Gerard vanuit de woonkamer - we hebben een open keuken - op mij. Als hij merkt dat ik iets zoek, vraagt hij of ik hulp nodig heb. Ik antwoord nu makkelijker ‘ja, graag’.’

‘We hebben vroeger in Suriname gewoond en we hebben veel avontuurlijke reizen gemaakt. Meevaren op een vrachtschip door het Panamakanaal, bijvoorbeeld. Zulke reizen maken durf ik niet meer. We gaan nu een kleinere rondreis maken door Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Autorijden doe ik alleen nog samen met Gerard op bekende routes. Deze vakantie rijdt hij.’

‘MCI kan een voorbode voor alzheimer zijn. Ik geloof dat ik 40 procent kans heb. Ik maak me daar wel zorgen over, maar druk het weg. Ik blijf actief mijn hersens gebruiken en trek me niet terug. Van nature ben ik open en ik heb de situatie kunnen accepteren. En Gerard heeft eindeloos geduld. Onze kracht zit in de humor en het plezier dat we samen hebben. Ik hoop dat dat nog lang zo blijft.’

Foto: privéfoto van Marjo en Gerard.

0 reacties