Terug naar informatieoverzicht
geschatte leestijd 2 min

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en dementie

De Wmo is een wet waarmee je zorg kunt regelen voor je naaste thuis. De Wmo wordt uitgevoerd door de gemeente. Lees meer over het aanvragen en gebruiken van deze wet bij dementie.

Wat is de Wmo?

De overheid wil dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Ook mensen met dementie. Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is de gemeente verplicht mensen te helpen die niet alles zelf kunnen. Heeft je naaste hulp nodig om thuis te kunnen blijven wonen, vraag dan hulp aan de gemeente.

Je kunt de Wmo gebruiken voor:

  • Dagbesteding
  • Vervoer, bijvoorbeeld om bij de dagbesteding te komen.
  • Aanpassingen in de woning, zoals een douchestoel of het weghalen van drempels. Sommige dingen worden vergoed door de zorgverzekering. Vraag dit na bij de verzekering van je naaste. Kijk voor meer voorbeelden op regelhulp.nl.
  • Huishoudelijke hulp
  • Boodschappendienst, als je naaste niet meer zelf boodschappen kan doen.
  • Maaltijden bezorgen, als zelf koken niet meer lukt of te gevaarlijk is.

Je kunt de Wmo ook gebruiken voor jou als mantelzorger. Via de Wmo kun je tijdelijke opvang (respijtzorg) regelen. Bijvoorbeeld als je ziek bent, op vakantie gaat of overbelast dreigt te raken.

De Wmo regelt geen zorg die vergoed wordt vanuit de basisverzekering (bijvoorbeeld casemanagement). Hiervoor ga je naar de zorgverzekering van je naaste.

Eigen bijdrage Wmo

De Wmo vraagt van je naaste een eigen bijdrage in de kosten. Hoe hoog dit bedrag is, is afhankelijk van wat je naaste krijgt. Op de website van het CAK vind je een rekenhulp voor het berekenen van die eigen bijdrage.

Een aanvraag doen

Je vraagt een Wmo-voorziening aan bij de gemeente waar je naaste woont. De procedure van de aanvraag is in iedere gemeente anders. Bel of mail de gemeente (vaak een Wmo-loket) om te vragen wat je moet doen.

Als je een aanvraag voor je naaste hebt gedaan, doet de gemeente onderzoek. De gemeente kijkt naar wat je naaste nog zelf kan en waar hulp bij nodig is. Ze vragen daarbij ook wat familie, buren en vrienden kunnen doen. Dit onderzoek wordt vaak het ‘keukentafelgesprek’ genoemd.
Het gesprek vindt meestal thuis plaats. Het is verstandig om je goed voor te bereiden. Vraag bijvoorbeeld of de casemanager bij het gesprek wil zijn. Kan dat niet, dan kun je ook om een cliëntondersteuner vragen. Daar heb je recht op dus vraag daar naar als je dat nodig vindt. De gemeente is verplicht om deze gratis voor je te regelen.

Zorg in natura of persoonsgebonden budget (pgb)

Als de aanvraag is goedgekeurd, kun je hulp regelen. Je mag kiezen voor ‘zorg in natura’ of zorg via een persoonsgebonden budget (pgb). Zorg in natura betekent dat de zorg wordt gegeven door aanbieders waarmee de gemeente een contract heeft. Met een pgb koop je zelf zorg in voor je naaste.

Wanneer de Wmo niet meer genoeg is

Op een gegeven moment zal de zorg vanuit de Wmo niet meer genoeg zijn. Wordt de zorg voor je naaste ondanks alle hulp te zwaar, vraag dan een indicatie voor 24-uurszorg aan. De Wet langdurige zorg (Wlz) geeft die indicatie. De 24-uurszorg kan je naaste krijgen in een verpleeghuis of thuis. Thuis heet dit dan een ‘volledig pakket thuis’. Lees meer hierover in het artikel Wet langdurige zorg (Wlz) en dementie

Wachtlijsten

Komt je naaste op een wachtlijst voor het verpleeghuis, dan valt ze al wel onder de Wlz. Hou dan goed in de gaten of je naaste nog wel dezelfde hulp krijgt. De hulp moet hetzelfde blijven tot aan de opname. Je naaste betaalt waarschijnlijk wel een hogere eigen bijdrage. Hou dit dus goed in de gaten.

Als je naaste opgenomen wordt, kan ze haar casemanager kwijtraken.

Wil je meer lezen over de Wmo? Kijk dan op regelhulp.nl.

0 reacties