Informatie
geschatte leestijd 2 min

Stappenplan Wet zorg en dwang bij onvrijwillige zorg

Als je naaste zich verzet tegen de zorg die zorgverleners geven, noem je dat onvrijwillige zorg. Onvrijwillige zorg mag alleen worden gegeven om ‘ernstig nadeel’ te voorkomen. Bijvoorbeeld bij verwaarlozing of omdat je naaste een gevaar is voor zichzelf of de omgeving. Voordat er onvrijwillige zorg mag worden gegeven, moeten zorgverleners een speciaal stappenplan volgen.

Onvrijwillige zorg wordt vanaf 1 januari 2020 geregeld in de Wet zorg en dwang (Wzd). In dit artikel leggen we je uit hoe het Wzd-stappenplan werkt. Zo weet je wat zorgverleners straks wel en niet mogen doen bij je naaste. Goed om te weten: de Wzd en het stappenplan gelden voor mensen die in verpleeghuizen wonen, maar ook voor mensen die nog thuiswonen. Bijvoorbeeld als je naaste zorg krijgt op de dagopvang of via de thuiszorg.

Stap 1: Onderzoek andere mogelijkheden

Verzet je naaste zich tegen de zorg? Dan moet er eerst worden gekeken of er een andere oplossing is voor het ‘probleem’. Hoe groot is het probleem eigenlijk en wat zou de oorzaak kunnen zijn? De

zorgverantwoordelijke

Zorgverantwoordelijke

De zorgverantwoordelijke is de persoon die verantwoordelijk is voor de zorg van je naaste. Deze persoon beslist welke zorg je naaste krijgt.

moet hierover in gesprek met minimaal één andere expert. Heb je zelf ideeën  die een oplossing kunnen zijn? Bespreek deze dan met de zorgverantwoordelijke. 

Zijn er andere mogelijkheden waar je naaste toestemming voor geeft? Dan is dat vrijwillige zorg. Deze zorg wordt opgeschreven in het zorgplan. Als er alleen oplossingen worden bedacht waartegen je naaste zich verzet, dan gaat Stap 2 in.

Stap 2: Onvrijwillige zorg in het zorgplan

De zorgverantwoordelijke bespreekt het probleem met verschillende experts. Bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde, psycholoog, psychiater of een verpleegkundige. Minstens één expert moet een ander beroep hebben dan de zorgverantwoordelijke. Als zij een oplossing bedenken waar je naaste het mee eens is, wordt dit opgenomen in het zorgplan.

Wordt er geen geschikte oplossing bedacht? Dan bepalen de zorgverleners welke onvrijwillige zorg er nodig is en voor hoe lang. Ze schrijven dit op in het zorgplan. Een Wet zorg en dwang functionaris (Wzd-functionaris) beoordeelt het zorgplan. De Wzd-functionaris is een arts of een andere expert, zoals een orthopedagoog of gezondheidszorgpsycholoog.

Na maximaal drie maanden bekijkt de zorgverantwoordelijke of de onvrijwillige zorg nog steeds nodig is. Kan de onvrijwillige zorg nog niet stoppen? Dan moet een nieuwe expert de zorg beoordelen. Hij kijkt of er nog andere mogelijkheden zijn. Lukt het dan nog niet om de onvrijwillige zorg af te bouwen? Dan gaat Stap 3 in.

Stap 3: Onvrijwillige zorg afbouwen naar vrijwillige zorg

Blijft de onvrijwillige zorg nodig? Dan moet de zorgverlener in gesprek met een expert van een andere organisatie. Wordt er een oplossing gevonden waar je naaste het mee eens is? Dan wordt dit opgenomen in het zorgplan.

Vinden ze geen geschikte oplossing? Dan schrijven ze in het zorgplan wat het advies van de experts is en hoe dit wordt gebruikt in de zorg. Deze onvrijwillige zorg mag maximaal zes maanden worden gegeven. Na zes maanden bekijken ze of de onvrijwillige zorg nog steeds nodig is. Is de zorg nog nodig? Dan moeten ze elke zes maanden opnieuw bekijken of de onvrijwillige zorg nog steeds nodig is.

Vragen of klachten over de zorg?

Ben je het niet eens over de onvrijwillige zorg die je naaste krijgt? Bespreek dit dan met de zorgverantwoordelijke. Komen jullie er samen niet uit? Dan kun je vanaf 1 januari 2020 terecht bij de cliëntvertrouwenspersoon (cvp). De cvp is er voor mensen met dementie en mantelzorgers. Vraag aan de zorgorganisatie wie de cvp is en hoe je een afspraak kunt maken.

0 reacties