Terug naar ziekte van alzheimer
Ervaringsverhaal
geschatte leestijd 2 min

Ik heb van het begin af aan steun aan mijn geloof gehad

Huib (70)

‘Mijn vrouw was er eerder bang voor dan ik. Tot een van de kinderen in 2006 zei dat we nu echt iets moesten gaan doen, dacht ik dat ze depressief en wat vergeetachtig was. Uit het onderzoek bleek al gauw dat ze alzheimer had.’

‘Als je de diagnose krijgt, val je in een gat. Ik noem het onvrijwillig bungeejumpen. Maar er komt een eind aan die val en daar word je opgevangen. Voor mij is dat in de eerste plaats door God, Hij leidt mij. Ik heb van het begin af aan steun aan mijn geloof gehad. Op de tweede plaats zijn dat onze kinderen, familie en vrienden. En op de derde plaats is daar de medische zorg die je opvangt.’

‘Ik wilde de zorg zelf volhouden en wilde niet het moment bepalen dat de zorg thuis voor mij teveel werd en dat ze beter verzorgd kon worden in een verpleeghuis. Maar na een bijna-ongeluk met de auto omdat ik van vermoeidheid wegzakte, zeiden vrienden dat het nu echt niet meer kon. Ik moest ze gelijk geven, het was het moment. Ze woont nu drie jaar in een verpleeghuis en krijgt goede verzorging, al benauwt het me wel eens dat er steeds minder tijd voor is. Ik ga elke dag naar haar toe en doe al heel veel. Andere mensen help ik ook, dat maakt me niks uit. Maar het is zo jammer dat er minder aandacht voor hen is. De muziek, het zangkoortje, het wordt allemaal minder terwijl ze daar zo rustig van worden.’

‘Ans is een lieve vrouw; ik hou veel van haar. Als ik haar knuffel en ze slaat een arm om me heen, dan is m’n dag weer goed. Ze is nog steeds aanhankelijk en daar herken ik haar nog aan. Ze kan niet meer lopen en soms zegt ze nog een duidelijk woord. Heel soms zegt ze “lieverd”, dat is het al. Mijn naam zegt ze nooit meer, maar ik denk wel dat ze mijn stem herkent. Ik heb eens een samenkomst in het verpleeghuis geleid en van de begeleiding kreeg ik toen te horen dat ze opvallend rustig was, door mijn stem denk ik.’

‘Het is mijn vrouw, maar ik zie ook de aftakeling van haar geest. Ans is niet meer wie ze was. Ze zit gevangen in het niet meer kunnen, en dat snijdt door mijn ziel. Ze is al zoveel kwijtgeraakt; er is zoveel veranderd. Het is langzaam sterven, dat is gewoon zo. Het is nu zo moeilijk om haar te zien lijden. Dan bid ik wel eens: Heer, haal haar maar thuis, bewaar haar voor heel veel lijden en geef haar rust. Ik weet dat het na dit leven niet is afgelopen. Er komt een nieuwe hemel en aarde waar ik haar terug zie, al zal het anders zijn. De ziekte geeft je wel de tijd om daarnaartoe te groeien. Tot die tijd leef ik met de dag. We lachen veel, gelukkig.’

‘Tegen andere mantelzorgers zou ik willen zeggen dat je goed voor jezelf moet zorgen. Daar wil je niet aan, maar je hebt het toch nodig. Je bent een kruk met drie poten. Die kun je veel belasten, maar dan moet ie wel in evenwicht staan. Je zelfbeeld, je psyche en je contacten zijn die drie poten. Is er één niet voldoende sterk, dan ga je onderuit.’

Huib (70)

 

Ontvang de gratis de brochure 'Leven met dementie'.

In deze brochure lees je onder meer hoe je om kunt gaan met je naasten. 

0 reacties

Samen met jou en andere mantelzorgers willen we ontdekken wat we nog allemaal kunnen verbeteren aan dementie.nl.

Geef ons advies